Het gevaar van de weegschaal

weegschaal

Vol spanning stap je op de weegschaal. Wat? 89 kilo? Terwijl je gisteren 88 woog! Hoe kan dat? Je voelt je meteen ellendig door dat stomme cijfer op die nog stommere weegschaal. Je twijfelt aan jezelf: heb ik toch teveel gegeten? Ja het komt echt door dat stukje taart. Oh ik kan ook niets!… En dit is dus het gevaar van de weegschaal.

Je gewicht is van zoveel factoren afhankelijk en schommelt daarom elke dag. Zo heeft bijvoorbeeld de hoeveelheid vocht in je lichaam veel invloed op je gewicht. En vocht kun je om verschillende redenen vasthouden: warm weer, sporten, te weinig drinken, zout eten, menstruele cyclus….
Wanneer je aan het afvallen bent, wil je dit natuurlijk terug zien op de weegschaal. Logisch! Maar van elke dag op de weegschaal staan, word je niet gelukkig. Er kan de volgende dag namelijk zo een kilo bijzitten. Ook weeg je ’s avonds meer dan ‘s ochtends.

Voor een goed beeld van je gewicht is er naast de weegschaal het volgende belangrijk:

  • Ga maximaal 1x per week op een vaste dag en een vast moment op de weegschaal staan. Bijvoorbeeld woensdagochtend na het eerste toiletbezoek en voor je ontbijt.
  • Draag het liefst geen kleding of steeds dezelfde kleding.
  • Ga goed op de weegschaal staan. Dus niet stiekem op de rand staan of achterover leunen.
  • Noteer je gewicht op minimaal 0,5 kg nauwkeurig. Sommige weegschalen zijn heel nauwkeurig, waardoor je zelfs je gewicht per 0,1 kg bij kan houden.

 

Wat veel mensen vergeten is dat je buikomvang (taille) ook belangrijk is. Je gewicht zegt namelijk niet alles! Wanneer je bijvoorbeeld flink bent gaan sporten, kan het zijn dat je niet veel afvalt in gewicht maar wel in centimeters. Spieren wegen namelijk meer dan vetweefsel. Pak er dus ook een meetlint bij! Leg het meetlint tussen de onderkant van het onderste rib en de bovenkant van het bekken. Adem uit en lees vervolgens jouw middelomtrek af. Schrijf ook deze elke week op.

< Terug naar blog